Vanaf 1 januari 2026 verandert er weer het nodige aan geld, belasting en inkomen in Nederland. Sommige maatregelen lijken klein, maar hebben direct effect op wat je elke maand overhoudt — of op de kosten die je maakt (denk aan tanken, overnachten of de manier waarop je mag betalen).

Hieronder zetten we de belangrijkste wijzigingen overzichtelijk op een rij. 

1) Contant betalen: boven € 3.000 is verboden (bij goederen)
Vanaf 1 januari 2026 mag je bij bedrijven geen contante betaling meer doen of aannemen van € 3.000 of meer voor goederen. Dat geldt vooral voor handelaren in goederen (van winkel tot autohandel), kunsthandelaren en pandhuizen. Tot en met € 2.999,99 mag contant nog wel.

Waarom dit belangrijk is: praktisch, herkenbaar en vaak een ‘oeps’-moment. Het voorkomt discussie aan de balie én gedoe achteraf.

Waar je op moet letten:

  • De grens gaat om het totale bedrag: knippen in meerdere facturen om de limiet te omzeilen is niet de bedoeling.
  • Leg je betaalbeleid vast en communiceer dit vooraf (offerte, website, factuur).
  • Zorg dat je team weet wat te doen als een klant tóch met cash komt.

Tone-of-voice: “Cash is king… totdat de wet zegt: ‘nee’.”

2) Minimumloon omhoog: € 14,71 per uur (21+)
Per 1 januari 2026 stijgt het wettelijk minimumuurloon naar € 14,71 bruto per uur voor werknemers van 21 jaar en ouder (+2,15% ten opzichte van € 14,40 in de tweede helft van 2025).

Dat betekent:

  • Voor werkgevers: hogere loonkosten aan de onderkant van de loonschaal en mogelijk druk op het loongebouw.
  • Voor werknemers: direct effect op het uurloon als je op (of net boven) het minimumloon zit.
  • Voor uitkeringen: veel uitkeringen stijgen mee, omdat ze gekoppeld zijn aan het minimumloon.

3) AOW en uitkeringen: stijgen mee met het minimumloon
Omdat veel uitkeringen gekoppeld zijn aan het minimumloon, stijgen diverse uitkeringsbedragen per 1 januari 2026. De SVB publiceerde de AOW-bedragen vanaf januari 2026. Ook de uitkeringsbedragen in de Participatiewet (bijstand) en andere regelingen worden aangepast.

Praktisch:

  • AOW: de exacte netto- en brutobedragen verschillen per situatie (alleenstaand/partner en loonheffingskorting).
  • Bijstand: stijgt mee doordat het sociaal minimum gekoppeld is aan het minimumloon.
  • Controleer ook inkomensgrenzen en toeslagen als je daar gebruik van maakt.

4) Brandstof: tanken kan duurder worden door accijns- en markteffecten
Brandstofprijzen bewegen door de olieprijs, belastingen en accijnzen. In 2026 kan tanken opnieuw duurder uitvallen door accijns- en markteffecten. Voor ondernemers met veel kilometers loont het om dit mee te nemen in je kostenbegroting.

5) Btw op overnachtingen: van 9% naar 21%
Bied je overnachtingen aan (hotel, B&B, vakantieverhuur)? Dan geldt vanaf 1 januari 2026 het hoge btw-tarief: 21% in plaats van 9%. Voor consumenten betekent dit dat overnachten in Nederland duurder wordt. Voor aanbieders betekent dit: prijzen, systemen en communicatie moeten op orde.

Praktische tips:

  • Controleer je boekhoud- en kassasysteem op het juiste btw-tarief.
  • Let op all-in arrangementen: het logiesdeel valt onder 21%, onderdelen zoals ontbijt/wellness kunnen onder 9% vallen.
  • Update je tarieven en voorwaarden vóór je klanten boekt voor 2026.

6) Box 3: hoger heffingsvrij vermogen (meer belastingvrij sparen)
In 2026 stijgt de vrijstelling in box 3 naar € 59.357 per persoon (en € 118.714 voor fiscale partners). Daardoor betaal je pas box 3-belasting vanaf een hoger vermogen.

Tot slot
2026 laat zien hoe maatregelen rond belasting, betalen en inkomen samen je koopkracht beïnvloeden. Onze tip: maak in januari één keer een korte ‘financiële check’: wat verandert er voor jou (of je bedrijf), wat moet je aanpassen in je systemen, en waar zitten de risico’s (zoals cashbetalingen of btw-instellingen)?

Wil je dat we dit vertalen naar jouw situatie? Dan kijken we met je mee — concreet, zonder gedoe.